migratie en ontwikkeling? graag coherent en gecoördineerd!
Migratie en ontwikkeling staan in de Europese praktijk nog teveel los van elkaar. De twee beleidsterreinen zouden meer op elkaar in moeten spelen. Europa moet het voortouw nemen in een wereldwijd partnerschap om de aanpak van migratie internationaal te coördineren. Basisgedachte is dat mobiliteit een recht moet zijn.
Migratie is onderdeel van mondialisering, of je het wilt of niet. De toenemende interdependentie tussen mensen, organisaties en landen vergroot de mobiliteit. Het beheersen van migratie – en het bestrijden van problemen met betrekking tot migratie – kan daarom pas echt effectief zijn als dit wordt aangepakt op een multilaterale en mondiale manier.
Het is in ieder geval een vergissing om migratie alleen te zien als een probleem. Migratie is ook een oplossing. Een concrete oplossing voor mensen die een weg zoeken uit uitzichtloosheid en onderontwikkeling. Door elders werk te zoeken, zorgen migranten voor hun gemeenschap in het land van herkomst. Jaarlijks sturen migranten zo’n honderd miljard dollar naar huis. Dat is geld dat vaak rechtstreeks ten goede komt aan de ontwikkeling van achtergebleven gebieden. In de bestemmingslanden werken arbeidsmigranten bovendien vaak in banen waar geen mensen voor worden gevonden. Vooral het besef dat migranten zorgen voor ontwikkeling zou beleidsmakers ertoe moeten brengen om migranten een rol te geven in ontwikkelingssamenwerking en om de beleidsterreinen van migratie en ontwikkeling in hun samenhang te beschouwen.
Een belangrijk deel van de mondiale migratiestromen bestaat uiteraard niet uit arbeidsmigranten, maar uit vluchtelingen: mensen op de vlucht voor oorlogen, geweld, vervolging of natuurrampen. Het grootste gedeelte van de opvang van deze ontheemden vindt plaats in de armste landen, vaak de buurlanden van het land in crisis. De toestroom van vluchtelingen bedreigt hier de stabiliteit en de ontwikkelingskansen van het gastland.
Hoewel migratie veel aandacht krijgt de laatste decennia, ontbreekt het aan (internationale) regelgeving met betrekking tot migratie. Ook de mogelijke kruisbestuiving tussen migratie en ontwikkeling is nog onvoldoende van de grond gekomen.
migratieregime
Er moet een Europees migratiebeleid komen dat meer bijdraagt aan ontwikkeling en de nadelen in herkomstlanden en bestemmingslanden minimaliseert. Daarnaast is er extra aandacht nodig voor de destabiliserende effecten van opvang van vluchtelingen in eigen regio.
De relaties tussen migratie en ontwikkeling dienen verder te worden onderzocht en de resultaten moeten leiden tot een aanpak waarin ook zaken als internationale handel, investeringen en veiligheidsbeleid worden geďntegreerd. In dit beleid dient overigens onderscheid gemaakt te worden tussen arbeidsmigranten en vluchtelingen. Dit zijn immers groepen met verschillende belangen en noden.
Als het gaat om vluchtelingen, dan kan zeker niet volstaan worden met humanitaire hulp. Vluchtelingen komen voor het overgrote deel terecht in de omringende landen. De praktijk leert dat tijdelijk onderkomen in een vluchtelingenkamp niet zelden uitdraait op permanent of semi-permanent verblijf. De noodhulp waar deze mensen in het beginstadium behoefte aan hebben, moet op een gegeven moment opgevolgd worden door daadwerkelijke ontwikkelingshulp, gericht op economische zelfstandigheid.
Dat betekent dat de beperkingen die vaak aan vluchtelingen in kampen worden gesteld – beperkte mobiliteit of verbod op het aannemen van werk – na enige tijd opgeheven zouden moeten worden. Alleen dan zijn vluchtelingen in staat in hun eigen levenbehoeften te voorzien. En dat vermindert de druk op het ontvangende land.
Europa zou extra fondsen ter beschikking moeten stellen voor landen die vluchtelingen de mogelijkheid bieden in hun land te laten integreren. Het recht op integratie in het bestemmingsland – wanneer spoedige terugkeer naar het eigen land niet in de lijn der verwachtingen ligt – zou onderdeel moeten maken van een uitgebreide ‘Geneefse Conventie’ (het Vluchtelingenverdrag van Genčve van 1951).
spanningen
Mobiliteit biedt mensen kansen, maar veroorzaakt ook spanningen. Internationale migratie dient daarom sterker gereguleerd te worden. Daarbij zijn afspraken nodig tussen herkomstlanden en bestemmingslanden.
Bovendien dient het besef post te vatten dat migratie vaak geen eenrichtingsverkeer is, maar eerder circulair. Als beleidsmakers meer inspelen op de migratiepraktijk kunnen migranten meer dan nu een positieve rol spelen, zowel in hun thuisland als in het land waar ze naar toe trekken. Zo zouden migranten een actieve rol kunnen spelen in de ontwikkelingssamenwerking tussen hun land van herkomst en het land waar ze verblijven. Door migratie meer te sturen kunnen migranten bovendien een positievere rol spelen in het bestemmingsland. Bijvoorbeeld door migratie zo te sturen dat migranten meer kans hebben op de arbeidsmarkt en ingegaan wordt op de behoeften van de arbeidsmarkt. Migratiebeleid kan bovendien demografische ontwikkelingen een gewenste richting uit sturen.
millenniumdoelen
Inzien dat migratie en ontwikkeling vele raakvlakken hebben, betekent niet dat ontwikkelingssamenwerking uitsluitend bezien moet worden als middel tot het sturen van migratie. Evenmin dient het migratiebeleid zich te beperken tot de armste landen.
De budgetten van migratie en van ontwikkelingssamenwerking zouden volstrekt gescheiden moeten blijven. De ontwikkelingsagenda mag niet ‘vervuild’ raken door veiligheidsoverwegingen of behoeftes op het gebied van regulering van migratiestromen.
Evenmin mag de aandacht die de remittances de laatste jaren hebben gekregen als financieringsbron voor ontwikkeling ertoe leiden dat de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking afnemen. Het bereiken van de Millenniumdoelen en de strijd tegen armoede dienen voorop te staan in het ontwikkelingsbeleid.
Migratiebeleid en ontwikkelingsbeleid moeten in samenhang met elkaar worden ontwikkeld: coherent en gecoördineerd. Migratie dient een rol te spelen in het vormgeven van een ontwikkelingsrelatie en omgekeerd moet het effect van de ontwikkelingshulp op migratiestromen meegewogen worden.
Al met al dient de ‘rechtenbenadering’ met betrekking tot migratie en ontwikkeling centraal te staan. Arme mensen, migranten en vluchtelingen hebben recht op mobiliteit: recht om terug te keren naar huis en recht om elders een bestaan te zoeken.
De Europese Unie zou op korte termijn een paar concrete stappen kunnen zetten. Ten eerste zou de EU het initiatief moeten nemen tot het instellen van een internationaal partnerschap met betrekking tot migratie. Zo’n partnerschap zou moeten ijveren voor internationale overeenstemming van wetgeving en normen en waarden op het gebied van migratie tussen herkomstlanden, transitlanden en bestemmingslanden. Ten tweede zou de EU het initiatief moeten nemen tot het uitbreiden van de Geneefse Conventie met bepalingen omtrent het recht van vluchtelingen te integreren in het land van opvang te integreren. De landen van opvang dienen, indien noodzakelijk, financieel gesteund te worden bij de opvang en integratie van vluchtelingen.
met dank aan de ncdo (nationale commissie voor internationale samenwerking en duurzame ontwikkeling)